Over de opleiding

De opleiding is gespreid over vier jaar
Elk jaar worden acht cursussen geprogrammeerd die elk na vier jaar terugkomen. Ieder vak vormt een geheel op zich en vereist geen voorkennis uit andere vakken. Studenten hoeven de vakken dus niet in een vaste volgorde te doorlopen en kunnen zodoende in gelijk welk academiejaar (her)instappen.

Studenten kunnen ofwel voltijds ofwel deeltijds studeren binnen het traject naar het getuigschrift van het Kunsthistorisch Instituut van Antwerpen dat wordt afgesloten met een eindscriptie, ofwel vrije vakken volgen zonder examen af te leggen.

Voltijdse studenten lopen vier jaar cursus en nemen jaarlijks 8 vakken op tijdens de eerste drie studiejaren en leggen in het laatste jaar 6 vakken en de eindscriptie af. Elk jaar worden zij gedelibereerd en slagen voor het desbetreffende studiejaar wanneer zij voor elk vak minstens 50 % behalen en minstens 60 % over de totaliteit van de vakken.

Deeltijdse studenten werken de opleiding af volgens hun eigen tempo. Zij nemen jaarlijks enkele vakken op waarover zij examen afleggen en sparen zo credits bij elkaar voor elk vak waarvoor zij minstens 60 % behalen. Deze credits blijven onbeperkt geldig zodat de student op elk moment zijn studies kan verderzetten of afmaken.

Elk jaar omvat 4 lesblokken van 2 cursussen

De 8 cursussen lopen over 4 lesblokken van 6 weken. In elk lesblok worden 2 cursussen geprogrammeerd. Elke cursus loopt over 6 lesavonden, telkens op dezelfde dag van de week van 19 tot 21 uur. Kort na afloop van de cursus is er gelegenheid om examens af te leggen. Tijdens de schoolvakanties zijn er geen cursussen. 

EINDWERK: EEN SCRIPTIE


Na afloop van het vierjarig programma leidt een aanvullende scriptie tot het certificaat van het afsluiten van de opleiding in de kunstgeschiedenis aan het Kunsthistorisch Instituut van Antwerpen.


De scriptie sluit aan bij één of meer gedoceerde vakken en is een concreet en bruikbaar werkstuk (bv. een inventaris van een kunstcollectie, een catalogus of audiogids, een beschreven architectuurwandeling...) met een omvang van 50 tot 70 bladzijden.


Het onderwerp dient in overleg met de docent-promotor te worden goedgekeurd door het dagelijks bestuur van het Instituut.