Programma 2018-2019

Dit academiejaar worden 8 cursussen aangeboden. Deze worden geprogrammeerd in 4 lesblokken van 6 weken met telkens twee vakken.

1. Schilderkunst: de eeuw van Rubens Beatrijs Wolters van der Wey
Rubens, Van Dyck en Jordaens : de namen van deze kunstenaars klinken ons zo vertrouwd in de oren. Maar wat betekent hun werk nog voor ons en wat was hun aandeel in de bloei van de Antwerpse schildersschool in de 17e eeuw? Vaak blijkt dat we over hen niet meer weten dan de versleten clichés. De cursus nodigt u uit om de meester van onze barok op onbevooroordeelde wijze te benaderen en beter te leren kennen.
2. Beeldhouwkunst: renaissance en barok Danielle Caluwé
De cursus schetst de ontwikkeling van de sculptuur in de renaissance, het maniërisme en de barok. Het hoofdaccent valt op de Italiaanse renaissance met Donatello en Michelangelo als belangrijke figuren. Voor de barok staat Bernini centraal. Vooral de idealistische en realistische tendensen worden uitgebreid geïllustreerd. Gedurende de 16e eeuw komt in de Nederlanden de renaissance-sculptuur tot volle ontwikkeling, eerst aan het hof in Mechelen met buitenlandse beeldhouwers als Jehan Mone, daarna in Antwerpen met Cornelis Floris als belangrijkste figuur met internationale uitstraling. Na een korte periode van maniërisme ontstaat in de 17e eeuw de barok-beeldhouwkunst, met Duquesnoy, Quellinus, Verbruggen en Faydherbe als belangrijke beeldhouwersgeneraties, die in de 18e eeuw zal uitmonden in rococo en classicisme.
3. Bouwkunst Europa: moderne en hedendaagse tijden Stefan de Clippele
Na een korte introductie over het wezen van de architectuur en “bouwen” start de cursus in de 15e-16e eeuw bij de vernieuwingen van de renaissance in Italië en het ontstaan van de barok in Rome in de 17e eeuw. Daarna wordt de verspreiding besproken in Frankrijk (classicisme), Engeland en Duitsland. De achttiende-eeuwse architectuur van de Verlichting wordt aangegeven aan de hand van het rococo in Duitsland en Oostenrijk en het neoclassicisme in Frankrijk. In de late 19e eeuw ontstaat de eigenlijke “moderne” architectuur dankzij de nieuwe technische mogelijkheden en vindt haar eerste hoogtepunt rond de eeuwwisseling in de Art Nouveau, de Jugendstil en de Wiener Sezession. Vernieuwingen leiden tot Bauhaus en Nieuwe Zakelijkheid, en uiteindelijk tot het functionalistisch modernisme van de 60-er jaren. Tot slot worden enkele hedendaagse gebouwen besproken.
4. Kunst 1900-1950 Anne De Neys
In het begin van de 20e eeuw breken jonge kunstenaars radicaal met de traditionele kunst. De avant-garde kondigt het einde aan van het klassieke schilderij dat een venster wil zijn op de wereld van de voorstelling. In deze lessenreeks volgen we de ontwikkeling en de opeenvolging van artistieke stromingen zoals kubisme, fauvisme, expressionisme, constructivisme, dada, surrealisme …, hun strijd en prestaties, hun invloed en betekenis.
5. Iconologie Nanny Schrijvers
Wat je ziet is vaak niet het hele verhaal. Om het wat, hoe en waarom van een voorstelling te begrijpen is context en enige kennis vereist. Ook bij ingeburgerde thema’s ligt aanvankelijk mogelijk een andere boodschap aan de oorsprong. De voorkeur voor bepaalde onderwerpen en de wijze waarop ze worden uitgebeeld, leert ons ontzettend veel over de mentaliteit vroeger en nu. In deze cursus maak je kennis met de beginselen van de iconologie en haar bronnen aan de hand van een aantal voorbeelden.  
6. Laat-antieke en Byzantijnse kunst Koen Demarsin
Op het einde van het Romeinse tijdperk is de klassieke wereld in volle beweging. Terwijl West-Europa stabiliteit zoekt, zet het Byzantijnse rijk de tradities van het Romeinse rijk verder. Maar het is wel onder een nieuwe vlag: het christendom. Aan de hand van symbolische plaatsen en objecten, zoals de Romeinse catacomben, de havenstad Ravenna of de oosterse metropool Constantinopel, bekijken we hoe de klassieke wereld langzaam vervelt tot de vroege middeleeuwen. Maar we richten ook onze blik op het oosten, waarin Byzantium het Romeinse rijk nog 1000 jaar zal overleven en dankzij haar positie tussen oost en west haar christelijke cultuur een heel eigen uitzicht zal geven.
7. Muziekgeschiedenis II: van Mozart tot Messiaen Piet Stryckers
De cursus wil vooral een inzicht geven in de stijlevolutie van de Westerse klassieke muziek en situeert deze in een brede cultuur- historische bedding (samenhang met literatuur, beeldende kunsten, filosofie). Aan de hand van het oeuvre van de belangrijkste componisten wordt een overzicht gegeven van de verschillende stijlstromingen zijdelings aangevuld met biografieën van componisten en informatie over uitvoerings- en concertpraktijken. Verder worden de voornaamste genres behandeld en enkele representatieve composities besproken.
8. Buiteneuropese kunst: Zuid- en Oost-Azië Marie-Anne Persoons
De cursus probeert een globale visie aan te bieden temidden van de grote verscheidenheid van kunsttradities uit het Verre Oosten Dit gebeurt door nadruk te leggen op bindende factoren en door te wijzen op de “gelaagdheid” van de Aziatische beschavingen tengevolge van wisselende cultuurpatronen. Na een algemene karakterisering van de Indische en Chinese kunst, – als tradities met grote uitstraling naar de rest van Azië toe, – wordt hun proces van inculturatie in een rijke algemeen-Aziatische prehistorische en artistieke voedingsbodem geïllustreerd aan de hand van enkele hoofdmomenten uit de kunstgeschiedenis van Indochina en van de Indonesische archipel. Tenslotte wordt ook aandacht besteed aan de speciale verhouding tussen de Chinese en de Japanse kunst.